Resurrection Lab, de heropleving van digitale kunst

De preservering van cd-romcollecties van digitale kunstwerken en ander digitaal geboren materiaal is een complexe opdracht. Daarbij ontbrak tot voor kort nog de nodige kennis over methodes, tools en diensten die hier kunnen bij helpen. In het project Resurrection Lab deden meemoo en iMAL hier met financiële steun van Innoviris (het Brusselse Instituut voor Onderzoek en Innovatie) onderzoek naar.

Uitdaging

De raadpleegbaarheid van complexe digitale objecten (zoals digitale kunstwerken) hangt vaak af van snel verouderende software en hardware. Dit maakt de preservering van deze objecten ook complex. Dit probleem stelt zich voor digitale kunstwerken op cd-rom, zoals deze in de iMAL-collectie, maar ook voor de inhoud van een aantal andere verouderde dragers zoals cd-r’s, cd-rw’s, zipdisks, SyQuests, magneto-optische schijven, 3,5 inch en 5,25 inch diskettes.

CC BY SA meemoo diverse leestoestellen en dragers

Is emulatie de oplossing?

Een efficiënte manier om toch toegang te verzekeren tot deze digitale creaties, is emulatie: de techniek waarbij een hardwareplatform op softwarematige manier wordt gesimuleerd. De inhoud van bijvoorbeeld een cd-rom wordt dan gecapteerd en overgebracht naar een duurzame, hedendaagse gegevensdrager. Vervolgens wordt de inhoud via emulatiesoftware weer getoond zoals ze er oorspronkelijk uitzag, maar in een omgeving van hedendaagse hardware. De kennis hierover is in het cultureelerfgoedveld nog erg beperkt. Met Resurrection Lab wilden we dit hiaat opvullen.

Onze rol

Om de inhoud van oude dragers te capteren, heb je oude leesapparatuur nodig die je kan verbinden met een hedendaagse computer. We verzamelden leesapparatuur voor de meest voorkomende verouderde dragers. We stelden een capteerstation samen met verschillende mogelijke opstellingen voor oude dragers, en publiceerden op ons kennisplatform CEST workflows om hun inhoud te capteren en te migreren naar hedendaagse gegevensdragers. In een latere fase ontwierpen we een datamodel op maat van de publiek raadpleegbare mediabibliotheek van een deel van iMAL’s cd-romcollectie.

Aanpak

Het capteerstation samenstellen en testen

Het capteerstation bestond uit een laptop die verbonden werd met wisselende leesapparatuur. Het geheel is in detail beschreven in de documentatie van het capteerstation. We testten dit station met een collectie cd-r’s, cd-rw’s, zipdisks, SyQuests en magneto-optische schijven van Opera Ballet Vlaanderen en met 3,5 inch en 5,25 inch diskettes van Liberas, ADVN en House for Electronic Arts (HeK - Zwitserland). Dit resulteerde in de publicatie van een aantal uitgebreide praktijkvoorbeelden op CEST.

De iMAL-collectie capteren

De iMAL-collectie die in dit project als uitgangspunt diende, bestaat uit 300 cd-roms. Deze werden eerst geordend en genummerd, waarna we hun inhoud capteerden en veilig opsloegen op de server, met aansluitende kwaliteitscontrole. Hierbij kregen de cd-roms al een basisregistratie. Ter voorbereiding van de effectieve captatie en bewaring maakte iMAL een strategie voor de veilige bewaring van de data.

De collectie raadpleegbaar maken

Om de collectie vlot raadpleegbaar te maken moet er per drager en creatie meer dan alleen enkele basisgegevens worden geregistreerd. iMAL schreef een analyse van de vereisten, functionele specificaties en user interface design voor het daCMS, het systeem dat wordt gebruikt voor het beschrijven, beheren en ontsluiten van de collectie. Een belangrijk element hierin is het datamodel, bestaande uit termen en hun onderlinge relaties.

Op basis van de besproken vereisten en bestaande modellen ontwierpen we een datamodel voor de beschrijving van kunstwerken op verouderde media. Dit datamodel werd vervolgens meegenomen bij de ontwikkeling van het beheers- en raadplegingssysteem, met name in de onderliggende databankstructuur.

Als infrastructuur voor dit beheers- en raadplegingssyteem, installeerde iMAL twee servers en vier raadplegingscomputers, en werkte zich in in het EaaS/bwFLA/EMil framework ontworpen door de universiteit van Freiburg. Na een workshop met het team van bwFLA werd toch besloten dat het CMS-systeem voor dit project beter volledig op maat ontworpen werd. Het daCMS werd dus verder ontwikkeld in Symfony/PHP tot een bijna volledig functioneel prototype voor het beschrijven en ontsluiten van de collectie.

Door de integratie van het daCMS met het emulatieframework EaaS/EMiL, wordt de collectie tenslotte raadpleegbaar gemaakt.

iMAL beschreef de volledige workflow voor de cd-romcollectie: van captatie van een cd-rom, beschrijving van het (digitale) object in het daCMS, tot de online ontsluiting van het object met metadata, in het document ‘Digital Preservation Workflow User Guides’.

Voor een twintigtal belangrijke werken uit de collectie kon die volledige workflow al worden afgewerkt. Deze cd-roms zijn door emulatie raadpleegbaar en kan je op een hedendaags platform zien zoals ze bedoeld werden bij creatie in de jaren ‘90, én je kan ook alle beschikbare gegevens over de werken raadplegen. Voor zo’n 250 andere cd-roms kon al een deel van de metadata worden ingevoerd, en kon de emulatie worden voorbereid, maar moet ook nog een deel van de beschrijving gebeuren.

Het referentiestation om de meest voorkomende obsolete dragers te capteren bleef na afloop van het project (einde februari 2019) in beheer bij meemoo, en werd gebruikt om organisaties te helpen bij het capteren van inhoud op oude dragers uit hun collecties. Dat station bestaat uit een laptop, een aantal leestoestellen, en verschillende kabels en verbindingsstukken en werd in het kader van het project ‘Digital Repair Cafe’ verder uitgebreid met leestoestellen voor o.a. zipdisks, 3,5 inch HD diskettes, MO discs, Superdisk, optische schijven, DDS tapes en Travan Tapes. De handleidingen voor het verwerken van die dragers werden toegevoegd op CEST en samengebracht in een Engelstalige website voor dit project.

Partners

Het initiatief voor Resurrection Lab werd genomen door iMAL en meemoo met financiële steun van Innoviris (het Brusselse Instituut voor Onderzoek en Innovatie).

Tijdens de uitvoering van het project werd beroep gedaan op de expertise van medewerkers van LiMA (Amsterdam), Tate (Londen), Hek (Basel), Albert-Ludwigs-Universität Freiburg en Rhizome (New York).

Heb je een vraag?
Contacteer Rony Vissers
Manager Expertise